Posts tonen met het label literair. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literair. Alle posts tonen

dinsdag 4 november 2014

Literaire uitdaging:

nieuw einde aan het boek.

Toen Rosalie werd gevangen en op de dag van de executie kwam opeens een grote menigte van ouders waarvan de zoon of dochter ik de gevangenis zitten. Er werd hevig gestreden tussen de menigte en de cipiers. Sommige van de menigte en gevangenen hebben het niet gehaald door het geweld en de schietpartij. Ook Rosalie is in een gevecht geraakt en heeft een paar klappen geïncasseerd. Gelukkig kon ze rekenen op sterke tanden om de Duitse schoft die haar sloeg eens goed te bijten in de arm van de cipiers die haar hier bracht. Na een strijd om leven en dood waren er vele Duitse soldaten gesneuveld Uiteindelijk konden vele ontsnappen en ook Rosalie samen met haar Duitse vriend Fredrich ze verdwenen naar zet zuiden en begonnen. Daar een nieuw leven te beginnen maar toen merkte ze dat er iets mis was met de baby van haar. Na de geboorte merkte de dokter dat de baby een paar afwijkingen had, zo had het een 11de geen z'n had het verschillende hersen problemen. Opeens wist Rosalie hou het kwam. Ze herinnerde haar het gevecht met de cipier dat ze geklopt werd maar dat hield Rosalie en Fredrich er niet van om,een gelukkig leven opnieuwop te bouwen en een mooi gezin te worden ondertussen gingen ze samen met een aantal andere vluchtelingen naar het zuiden. Onderweg hadden ze een paar moeilijk heden maar die waren snel geregeld. Uiteindelijk zaten ze in Spanje en begonnen daar een nieuw leven met nieuwe namen dus toen was het een nieuwe familie met een moeder Evelien en een vader Hans samen met hun zoon Senne.

EINDE

Matthis Vercammen en Thibo Maes

maandag 3 november 2014

recensie

1914, de eerste wereldoorlog breekt uit. Rosalie werkt bij een rijke familie, waar ze de taak heeft om voor hun hond, Princesse te zorgen. Ze wordt verliefd op de Duitse jongen Friedrich die als bediende bij de familie naast haar werkt. Als de familie bij wie ze werkt naar Engeland vertrekt, beslist zij om samen met Princesse terug naar huis te gaan, maar daar is ze blijkbaar niet erg gewenst. Ze is helemaal vervreemd van haar familie en heeft vaak ruzie met de man die na 16 jaar niet haar echte vader bleek te zijn. Haar moeder zorgt ervoor dat ze kan gaan werken als gezelschapsdame bij Alexis, ze voelt haar daar helemaal thuis en zij en Alexis creëren een goede band met elkaar. Tot er op een dag een familielid van Alexis een plaatsje in huis zou innemen. Ze noemde Bérénice en eerst wil Rosalie er niets van weten. Bérénice werkt als arts, Rosalie raakte meer en meer geïnteresseerd. Ze begon Bérénice steeds vaker te helpen met haar werk als arts en ontdekte later dat ze in het ondergrondse verzet zat. Rosalie begon mee te werken in het hele gedoe. Het notarishuis werd toegewezen aan een jonge Duitse soldaat, niemand minder dan Friedrich. Béréenice merkt de genegenheid tussen de twee en maakt daar grondig gebruik van. Het ondergrondse verzet werkte allemaal nog uitstekend voor Rosalie, tot ze verklikt werd door iemand en ze in de gevangenis moet terwijl ze zwanger is van Friedrich zijn kind. Onverwacht komt ze vrij uit de gevangenis, maar ze wordt niet echt hartelijk ontvangen in haar dorp, dus beslist ze uit eigen bestwil om te verhuizen naar Antwerpen.
Het is een zeer goed boek, het is absoluut aan te raden. De manier waarop Karen Dierickx haar boeken soms een onverwachte wending geeft en er toch goed uitkomt. Zeker een onthouder!

Interview Karen Dierickx

Wanneer en waar bent u geboren?

Ik ben geboren in Beveren-Waas op 6 februari 1975

Hoe oud was je toen je dacht: 'ik wil boeken schrijven'?

Al van toen ik 6 was. We lazen vroeger veel boekjes in het lager en ik schreef altijd super graag een vervolg.

Wat is volgens jou het mooiste aan schrijven?
Er zijn veel mooie aspecten aan schrijven.
Vóór het schrijven is dat het puzzelen: het verhaal bedenken, de verhaallijnen uitzetten, informatie bij elkaar zoeken ja, zelfs een beetje God spelen die een “nieuwe” wereld schept en daar personages in neerplant.
Tijdens het schrijven is er niks zo leuk dan als het verhaal zichzelf vertelt.
Na het schrijven is het moment waarop ik voor het eerst het boek in handen houd heel bijzonder. Wat begon als een vaag idee is dan een echt boek geworden, met een kaft en een cover en al die witte bladzijden die zijn gevuld met mijn woorden, die daar voor altijd zullen staan - wat meteen ook de reden is waarom ik mijn eigen boeken nooit lees.
Een ander mooi, maar ook wat angstig, moment zijn de ontmoetingen met lezers – zelfs als ze mijn boek niet zo mooi vonden!

Hoe lang werk je aan één boek?

Dat hangt er vanaf. Het is totaal verschillend over het nadenken van het boek en het effectief schrijven van een boek. Aan het boek 'Een teken van leven' heb ik in totaal vier jaar aan gewerkt. Ik werk door maar niet altijd, soms zit er een periode tussen van zeven maanden en soms werk ik maar één uur per dag. Ik twijfel nogal veel. De mooiste zomer van mijn leven is dan weer geschreven op vijf maanden tijd, aan het vervolg erop heb ik twee jaar gewerkt.

Waarom schrijf je verhalen of boeken die gebaseerd zijn op waargebeurde/historische feiten?

Ik heb niet genoeg fantasie om fantasieboeken te schrijven. Ik heb de werkelijkheid nodig.

Wanneer schrijf je het liefst?

Als mijn kinderen op school zijn, 's avonds in het weekend en soms als ik niet kan slapen 's nachts.
Naast mijn hoofdkussen ligt een notitiebloc en een pen om alle nachtelijke invallen te noteren. In elk geval heb ik rust en stilte nodig, niet enkel om me heen maar ook in mijn hoofd.

Is schrijven moeilijk?
Als het verhaal zichzelf vertelt, is schrijven zowat het heerlijkste wat je kunt doen. Maar soms is het knap lastig en gaat het moeizaam, bijvoorbeeld als een personage rebelleert tegen mijn plannen, zich niet zomaar iets laat opdringen. Dan kan het wel eens piekeren en zwoegen en tandenknarsen worden, tot ik uitroep: ‘Ik stop ermee, ik doe het nooit meer!’ Maar telkens begin ik opnieuw – ik kan het niet laten, en het verhaal dwingt me ertoe om verteld te worden: pas als het verteld is, laat het me los.

Wat vind je zelf je mooiste boek?
Het boek dat in mijn hoofd zit wat uiteindelijk op papier komt, is toch altijd net iets anders.

Welke boeken lees je zelf graag?
Ik heb altijd veel en graag gelezen. Mijn eerste favorieten waren vooral de boeken van Jan Terlouw, Thea Beckman (haar historische romans!) en Tonke Dragt: De zevensprong heb ik letterlijk stuk gelezen (mijn eigen exemplaar, niet het boek van de bib!). Later werd Oeroeg van Hella S. Haasse één van mijn lievelingsboeken; nog later verdiepte ik me in de wereldliteratuur. Nu probeer ik vooral mijn collega’s te volgen en “bij te blijven”.

Hoe begin je aan een verhaal/boek?
Alles begint met een idee of een vage verhaallijn. Daar blijf ik over nadenken, ik begin informatie bij elkaar te zoeken, het vage idee wordt gaandeweg concreter en krijgt vorm: personages worden geboren, verhaallijnen worden verder uitgewerkt. Als ik dat allemaal in mijn hoofd heb zitten, maak ik een schema, het verhaal van begin tot einde. Voor ik dus echt begin te schrijven, staat het verhaal min of meer vast – min of meer, zeg ik, want dikwijls word ik zelf nog verrast door een plotse wending in het verhaal - iets wat ik zelf niet had voorzien en soms heel ongelegen komt.

bron: 
http://karendierickx.wix.com/karendierickx#!gallery/czpa


met Marthe Vanden Berghe en Nel Vergaert





zondag 2 november 2014


Literaire uitdaging - Gelijkenissen en verschillen met de serie In Vlaamse Velden
 
Er zijn heel wat gelijkenissen tussen “In Vlaamse velden” en “Wat niemand weet”.
Zo spelen beide verhalen zich af tijdens de 1e wereldoorlog en brengen ze het verhaal van een meisje dat volwassen wordt tijdens deze jaren. Eigenlijk ook hoe ze deze moeilijke jaren overleven want beide meisjes hebben in erg benarde omstandigheden moeten leven. “In Vlaamse velden” is het de 15-jarige Marie die met haar ouders in Gent woont. Haar vader is arts en zij wil ook graag geneeskunde gaan studeren. In “Wat niemand weet” gaat het over de 16- jarige Rosalie die bij een rijke familie aan de kust werkt. Later gaat ze bij een weduwe werken, waar ze Bérénice ontmoet die ook arts is.
Marie wordt verpleegster aan het front.
Beide meisjes worden al op jonge leeftijd lastig gevallen door mannen met macht. Zo is dit bij Rosalie de zoon van haar werkgever, bij Marie gaat het om een Duitse soldaat die hun huis bezet. Beide meisjes verliezen snel hun naïviteit door de oorlog en beide nemen ook heel wat risico’s.
Marie smokkelt voor de vijand, Rosalie geeft gevoelige informatie door en belandt daardoor in de gevangenis.
Beide hebben ook een liefdesrelatie met Duitse jongens. Bij Marie is dit Hans-Peter, Rosalie is verliefd op Friedrich. Zij wordt zwanger van hem en krijgt zijn dochtertje, Elfriede.
De turbulente oorlogsjaren hebben voor beide mannen dramatische gevolgen. “In Vlaamse Velden” eindigt met Marie die haar zwaargewonde Hans-Peter door de modder sleurt. Bij “Wat niemand weet” vindt Rosalie haar geliefde helemaal verminkt terug. Hij sterft enige tijd na zijn terugkeer aan een epilepsie aanval.
Tommi Camps

Literair: Interview, Nicola Goderis

Interview met KAREN DIERICKX


Vanaf waneer wist je dat je een schrijver givng worden?


Al van toen ik zes was, wist ik dat ik “later, als ik groot ben” boeken wilde schrijven. Ik begon alvast met vervolgverhaaltjes met de hoofdpersonen uit mijn eerste leesboekjes: Piet de mus, Joep en Kees, Plons de gekke kikker - een verhaaltje over Plons werd voorgelezen in het (toenmalige) BRT-jeugdprogramma Zeppelin (en ook al is dat lang, lang geleden, ik kan nog steeds voelen hoe trots ik daarop was). Veel van die verhalen heb ik gebundeld; ik bewaar ze in een plastic zak op zolder (heel wat plezier heb ik eraan beleefd, maar geschikt voor publicatie zijn ze niet). Ondertussen las ik zowat elk boek dat ik in handen kreeg. Op school waren mijn favoriete vakken opstellen schrijven en geschiedenis. Later ging ik studeren voor licentiaat/master vertaler Nederlands-Engels-Spaans, en volgde ik een Aanvullende Studie in de Internationale Politiek en de lerarenopleiding.
Hoe begon je?
In 2003 zond ik het verhaal “Naar Europa” in voor de John Flandersprijs voor het beste Vlaamse Filmpje van Uitgeverij Averbode en won daarmee de hoofdprijs.
Tot op vandaag zijn er negen Vlaamse Filmpjes verschenen:

  • Als de aarde beeft (VF 3120, februari 2003)
  • Naar Europa (John Flandersprijs 2003, VF 3150, september 2004)
  • Reis naar een onzekere toekomst (VF 3154, november 2004)
  • Ontvoerd! Deel 1 (VF 3180, februari 2006)
  • Ontvoerd! Deel 2 (VF 3181, februari 2006)
  • Wardje en Singh (VF 3201, maart 2007)
  • Lina en de olifant (VF 3224, april 2008)
  • Elena, zonder H (VF 3279, maart 2011)
  • Een trol op zolder (VF 3290, december 2011)

Wat Was je eerste boek?
In 2010 verscheen mijn eerste jeugdroman Een teken van leven bij Uitgeverij Clavis. In 2011 volgde De mooiste zomer van mijn leven.
Veel van mijn werken zijn ook verschenen als DAISY-luisterboek of brailleboek bij de Luisterpuntbibliotheek.
Waar haal je je inspiratie vandaan?
Het moet zowat de meest gestelde vraag aan een schrijver zijn, en het antwoord is niet zo eenvoudig. Naar mijn gevoel zoek ik als schrijver geen verhaal, maar zoekt een verhaal mij. Er zijn immers zoveel verhalen die het verdienen om verteld te worden, waarom wordt het dan net dat éne? Op het eerste gezicht gebeurt het toevallig; je hoort iets - het kan van alles zijn: een nieuwsfeit, een historisch feit, een weetje, een roddel - of je ziet iets - een foto, een beeld, een gekkigheid – en op de een of andere manier raakt dat iets je, het blijft aan je kleven, het laat je niet meer los, het dringt zich aan je op, het geeft je het gevoel dat je er iets mee moet doen. In het geval van een schrijver wordt dat een verhaal.
Hoe begin je aan een boek?
Alles begint met een idee of een vage verhaallijn. Daar blijf ik over nadenken, ik begin informatie bij elkaar te zoeken, het vage idee wordt gaandeweg concreter en krijgt vorm: personages worden geboren, verhaallijnen worden verder uitgewerkt. Als ik dat allemaal in mijn hoofd heb zitten, maak ik een schema, het verhaal van begin tot einde. Voor ik dus echt begin te schrijven, staat het verhaal min of meer vast – min of meer, zeg ik, want dikwijls word ik zelf nog verrast door een plotse wending in het verhaal - iets wat ik zelf niet had voorzien en soms heel ongelegen komt.

zaterdag 1 november 2014

Interview met Karen Dierickx


Interview met Karen Dierickx

1. Vanwaar haal jij je inspiratie?

Volgens mij zoekt het verhaal mij in plaats van dat ik als schrijver het verhaal zoek. Gebeurt op het eerste gezicht toevallig. Je hoort iets en dat ene blijft dan aan je kleven waardoor je het gevoel krijgt dat je er iets mee moet doen. In mijn geval wordt dat dan een verhaal.

2. Hoe start je eigenlijk met het schrijven van een boek?

Het begint allemaal met een idee of vage verhaallijn. Daar denk ik dan over na en dan begin ik informatie op te zoeken. Tijdens die weg wordt het verhaal concreter en krijgt het steeds meer vorm: Er ontstaan personages, verhaallijnen worden verder uitgewerkt. Daarna maak ik een schema waarin het verhaal voorkomt van begin tot einde. Voor ik echt begin te schrijven staat het verhaal dus min of meer vast. Ik zeg 'min of meer' want telkens ik begin te schrijven komen er onverwachts steeds nog dingen bij.

3. Op welke momenten schrijf je het liefst?

Op elk moment van de dag denk ik zowat na over het boek. Echt schrijven doe ik wanneer de kinderen op school zijn, 's avonds, in het weekend en ook soms 's nachts voor wanneer ik niet kan slapen. Er ligt naast mijn hoofdkussen een notitieblok en een pen, telkens wanneer er mij dan iets te binnen valt schrijf ik het op. Ik heb rust en stilte nodig zowel om me heen als in mijn hoofd.

4. Vindt u het moeilijk om een verhaal te schrijven?

Het hangt er vanaf: Als het verhaal zichzelf verteld is het heerlijk om te schrijven. Maar soms is het erg lastig en verloopt het schrijven moeizaam. Als bv. een personage in opstand komt tegen mijn plannen. Dan kan het wel eens piekeren en zwoegen en tandenknarsen worden. Dan roep ik: 'Ik stop ermee, ik doe het nooit meer!' Maar ik begin telkens opnieuw. Pas als het verhaal verteld is laat ik het los.

5. Hoe lang duurt het om een boek te schrijven?

Dat is te zien. Er is een verschil tussen het nadenken over een boek en het schrijven van een boek. Er kan een lange tijd tussen zitten. Aan Een teken van leven heb ik in totaal vier jaar gewerkt. Ik schreef niet elke dag, er zaten soms periodes van zeven maanden tussen of ik werkte er maar een uur per dag aan. Dat verhaal is laag per laag gegroeid. In tegenstelling tot De mooiste zomer van mijn leven daar heb ik maar vijf maanden over gedaan om het te schrijven, aan het vervolg ervan dan weer twee jaar.

6. Welke soort verhalen schrijft u? Waarom?

Ik schrijf verhalen die gebaseerd zijn op waargebeurde feiten omdat ik de werkelijkheid nodig heb. Ik heb niet genoeg fantasie om een boek over fantasie te schrijven.

7. Welke boeken leest u zelf graag?

Ik heb steeds graag gelezen. De boeken van Jan Terlouw, Thea Beckman en Tonke Dragt waren mijn eerste favorieten. De zevensprong heb ik letterlijk stuk gelezen. Later werd Hella S. Haasse één van mijn lievelingsboeken. Nog later verdiepte ik me in de wereldliteratuur en nu probeer ik steeds mijn collega's bij te blijven.

8. Wanneer wist je dat je ging schrijven?

Al vanaf mijn zes jaar wist ik dat 'later, als ik groot ben' boeken wilde schrijven. Ik schreef toen al vervolgjes op de eerste leesboekjes die we toen op school kregen.

9. Vanwaar de interesse voor die historische verhalen?

De periode rond 1900 heeft me altijd geïnteresseerd. Nadat ik tussen een stapel familiefoto's prentbriefkaarten ontdekte die dateerden uit die tijd en die het verhaal van mijn overgrootvader, overgrootmoeder en grootvader tijdens de oorlog vertelden begon mijn interesse te groeien en dan vooral voor de minder algemeen gekende aspecten van die oorlog: de bezetting.

10. Wat heb je gestudeerd?

Ik heb gestudeerd voor licentiaat vertaler Nederlands - Engels - Spaans alhoewel ik ook graag geschiedenis zou gestudeerd hebben. Later volgde ik nog een aanvullende studie inde internationale politiek.



Bronnen: karendierickx.wix.com
                   www.clavisbooks.com
                   http://www.boek.be/boek/wat-niemand-weet


Bo, Laura en Chelsea

Recensie

De eerste wereldoorlog barst los. Rosalie werkt als hulpje bij een rijke familie aan de Belgische kust. Haar belangrijkste taak is voor Princesse, de hond van de familie, zorgen. De vriendschap met een Duitse jongen Friedrich, kleurt haar dagen vrolijk in. Maar dan stuurt de oorlog en meer nog het gedrag van Victor, de zoon des huizes, haar leven in de war. Als haar werkgevers naar Engeland vertrekken, keert Rosalie met Princesse terug naar huis. Ze is niet echt welkom in het polderdorp. Rosalie is vervreemd van haar thuismilieu en slaagt er niet in de draad weer op te nemen. Ze gaat door opdracht van haar moeder als gezelschapsdame van Alixe werken, de notarisweduwe. Rosalie voelt zich gewaardeerd en geniet van de burgerlijke sfeer tot de komst van Bérénice, een familielid van Alixe, het rustige leven in het notarishuis verstoort. Bérénice werkt als arts en roept steeds vaker de hulp in van Rosalie. Haast ongemerkt belandt ze  in het ondergrondse verzet. Haar bescheiden bijdrage bij het doorgeven van gevoelige informatie en de artikeltjes in een plaatselijke verzetskrant zorgen voor opwinding, maar versterken ook haar zelfvertrouwen. De situatie wordt echter onhoudbaar als Friedrich in het dorp verschijnt en kort nadien ingekwartierd wordt in het notarishuis. Rosalie wordt dan door iemand verraden Tijdens het laatste oorlogsjaar loopt het fout en belandt ze in de gevangenis. In die hopeloze situatie kan ze alleen nog hopen op een genadeverzoek. In de gevangenis ontdekt Rosalie dat ze zwanger is. Dat Friedrich de vader van haar kind is, maakt alles nog erger. Rosalie heeft zoveel geheimen die ze aan niemand kwijt kan, maar ze probeert eerlijk in het leven te staan en wil de gevolgen van haar daden dragen, ook als dat haar dood betekent. Tegen alle verwachtingen in komt ze toch vrij, maar in het dorp wordt ze niet aardig ontvangen. Ze vertrekt naar Antwerpen, waar de anonimiteit meer rust en veiligheid biedt. Daar wordt ook haar dochtertje geboren. Elfriede lijkt op haar vader. Op een dag besluit Rosalie om de foto van het kleine meisje naar het adres van Friedrich in Duitsland te sturen. Misschien vindt die kaart de weg naar Elfriedes vader, misschien ook niet. Rosalie hoopt dat er nog een toekomst is voor haar en voor haar dochtertje. Na alles wat ze meegemaakt heeft, beseft ze dat het leven waard is om geleefd te worden tot de laatste dag.  
Ik vond het een heel dik boek maar wel met een mooi einde.
Eva en Dania.

donderdag 30 oktober 2014

Recensie

Rosalie (een 16-jarig meisje) werkte tijdens de zomervakantie in 1914 voor een rijke Vlaamse familie. Toen de oorlog losbrak vluchtte de familie. Hoewel het haar hart breekt, laat ze Friedrich, de leuke Duitse bediende van de familie naast haar, achter. Ze keerde halsoverkop terug naar huis terug, maar ze is er echter niet welkom. Dus begon ze als gezelschapsdame bij Alixe, een notarisweduwe. Hier voelt Rosalie zich gewaardeerd, ze geniet van de huiselijke sfeer, tot Berenice kwam, een familie lid van Alixe. Berenice werkt als een arts en ze riep meer en meer de hulp in van Rosalie, waardoor ze ongemerkt in het ondergrondse verzet belandt. Rosalie's leven veranderd helemaal toen Alixe haar huis word aangewezen aan een jonge militair. Deze jonge militair was Friedrich.Bérénice, die natuurlijk in de gaten heeft dat tussen Rosalie en Friedrich een innige relatie ontstaat, maakt gebruik van Roalies volgzaamheid en laat haar via Friedrich spionage werk verrichten. Arrestaties en veroordelingen volgen en het is te danken aan de chaos van de laatste oorlogsdaden dat Rosalie aan haar terechtstelling ontkomt. Volgt nog de vernedering die ze moet ondergaan als na de bevrijding de volkswoede zich keert tegen alle die ervan worden verdacht met de vijand te hebben geheuld. Het is dan dat Rosalie haar leven in eigen handen neemt en naar Antwerpen vertrekt. Karen Dierickx weet bij vlagen een boeiend verhaal achter de Eerste Wereld Oorlog te zetten. Voor jonge lezers is dit boek zeer interessant. Echter is het boek langdradig doordat ze teveel aspecten bij Rosalie wou plaatsen.

woensdag 29 oktober 2014

Interview met Karen Dierickx

Wanneer begon je met het schrijven van boeken?

Ik wist al van kind af al aan dat ik later zou schrijven. Ik denk dat ik toen 6 was.

Hoe deed je dat dan?

Ik las vroeger al verhaaltjes en baseerde me daarop voor een vervolg ervan. Met die hoofdpersonages in dat boekje zou ik er een andere weg mee gaan en zou een mooier einde van maken. Toen ik elke keer een boek in mijn handen kreeg wou ik er altijd iets leuk van maken.

Wat heb je gedaan na de middelbare school?

Ik ging studeren voor licentiaat Vertaler Nederlands-Engels-Spaans en ik volgde een aanvullende studie in de internationale politiek.

Hoeveel boeken heb je eigenlijk al geschreven?

Ik heb in het totaal 4 boeken geschreven waarvan 2 boeken die gebaseerd zijn op de eerste wereldoorlog. Ik was erg geïnteresseerd in de wereldoorlogen omdat ik vroeger in mijn oude familiefoto's, krantenartikels had gesnuisterd en had veel met mijn grootouders gepraat over die grote oorlog. Ik wilde zo graag in mijn boeken neerschrijven hoe iemand zich voelde tijdens die lange en zware tijd en als mensen daarin ook geïnteresseerd zijn kunnen ze mijn boeken lezen 'Wat niemand weet' en 'de mooiste zomer van mijn leven'.



Hoelang duurt het voor een boek te schrijven?

Het hangt ervan af tot welk soort boek en hoe de inhoud zou zijn. Natuurlijk moet je eerst ideeën opdoen voor een boek te schrijven, maar dat kan nogal lang duren.
Bij dit boek  'een teken van leven' heb ik 4 jaar aangewerkt. Natuurlijk ging ik niet elke dag aan mijn boek zitten. Soms zat ik zonder inspiratie of soms twijfel ik teveel aan dat stuk en daar komt niet veel aan te pas. Maar aan dit boek 'de mooiste zomer van mijn leven' heb ik op 5 maanden tijd geschreven maar het gevolg ervan heeft dan wel 2 jaar geduurd.

Wat vind je zelf je mooiste boek?

Het boek dat meestal in mijn hoofd zit vind ik het mooiste. Wat als het op papier komt is het toch uiteindelijk anders geschreven.

Hoe begin je aan een boek/verhaal?

Ik heb vaak een verhaal in mijn hoofd, maar soms is het te vaag of heeft het nog geen enkele reden om te schrijven. Maar daar komt een verandering ik want ik blijf niet stilzitten ik blijf maar nadenken hoe ik dat verhaaltje in een boek kan schrijven en hoe ik de personages concreter maakt en de vorm ervan beschrijf. Als ik voldoende inspiratie vind, dan zet ik dat in een schema dat min of meer vast ligt en dat was al dikwijls zo.

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

Dit is een moeilijke vraag om het deftig te antwoorden, maar is wel de meest gestelde vraag.
Maar ik zoek mijn inspiratie door het waarnemen van geluiden of het zien van iets. Als ik iets heb gezien of gehoord wil ik daar iets meedoen, maar in mijn geval is daarvan een verhaal van te schrijven.

Wanneer schrijf je het liefst?

Ik schrijf vaak als mijn kinderen op school zijn, s'avonds, in het weekend en zelfs s'nachts als ik niet kan slapen. Het nadenken over verhalen blijft maar werken en als er iets in mijn hoofd komt om een verhaal te schrijven en dan schrijf ik dat op een notitieblokje en na een lange tijd van nadenken komt er een verhaal te boven.

Waarom schrijf je verhalen/boeken die gebaseerd zijn op waargebeurde feiten?

Ik heb iets nodig van de werkelijkheid, ik kan gewoon weg niet zelf iets fantaseren.

Gemaakt door Nele en Axelle



Interview met Karen Dierickx

Wanneer wist je zeker dat je zou gaan schrijven?

Al van toen ik zes was, wist ik dat ik “later, als ik groot ben” boeken wilde schrijven. Ik begon alvast met vervolgverhaaltjes met de hoofdpersonen uit mijn eerste leesboekjes: Piet de mus, Joep en Kees, Plons de gekke kikker - een verhaaltje over Plons werd voorgelezen in het (toenmalige BRT) jeugdprogramma ‘Zeppelin’ (en ook al is dat lang, lang geleden, ik kan nog steeds voelen hoe trots ik daarop was). Veel van die verhalen heb ik gebundeld; ik bewaar ze in een plastic zak op zolder (heel wat plezier heb ik eraan beleefd, maar geschikt voor publicatie zijn ze niet). Ondertussen las ik zowat elk boek dat ik in handen kreeg. 

           Waar haal jij je inspiratie vandaan? 

Het moet zowat de meest gestelde vraag aan een schrijver zijn, en het antwoord is niet zo eenvoudig. Naar mijn gevoel zoek ik als schrijver geen verhaal, maar zoekt een verhaal mij. Er zijn immers zoveel verhalen die het verdienen om verteld te worden, waarom wordt het dan net dat éne? Op het eerste gezicht gebeurt het toevallig; je hoort iets - het kan van alles zijn: een nieuwsfeit, een historisch feit, een weetje, een roddel - of je ziet iets - een foto, een beeld, een gekkigheid – en op de een of andere manier raakt dat iets je, het blijft aan je kleven, het laat je niet meer los, het dringt zich aan je op, het geeft je het gevoel dat je er iets mee moet doen. In het geval van een schrijver wordt dat een verhaal.

Welke boeken lees je zelf graag? Jouw boek,'Wat niemand weet', is een roman. Lees je dan ook het liefst romans?


Ik heb altijd veel en graag gelezen. Mijn eerste favorieten waren vooral de boeken van Jan Terlouw, Thea Beckman (haar historische romans!) en Tonke Dragt: De zevensprong heb ik letterlijk stuk gelezen (mijn eigen exemplaar, niet het boek van de bib!). Later werd Oeroeg van Hella S. Haasse één van mijn lievelingsboeken; nog later verdiepte ik me in de wereldliteratuur. Nu probeer ik vooral mijn collega’s te volgen en “bij te blijven”. 

 

Wat is volgens jou het mooiste aan schrijven?

Er zijn veel mooie aspecten aan schrijven.
Vóór het schrijven is dat het puzzelen: het verhaal bedenken, de verhaallijnen uitzetten, informatie bij elkaar zoeken - ja, zelfs een beetje God spelen die een “nieuwe” wereld schept en daar personages in neerplant.
Tijdens het schrijven is er niks zo leuk dan als het verhaal zichzelf vertelt.
Na het schrijven is het moment waarop ik voor het eerst het boek in handen houd heel bijzonder. Wat begon als een vaag idee is dan een echt boek geworden, met een kaft en een cover en al die witte bladzijden die zijn gevuld met mijn woorden, die daar voor altijd zullen staan - wat meteen ook de reden is waarom ik mijn eigen boeken nooit lees.
Een ander mooi, maar ook wat angstig, moment zijn de ontmoetingen met lezers – zelfs als ze mijn boek niet zo mooi vonden!

Wanneer schrijf je het liefst? Heb je echt rust nodig om dit te kunnen doen?

Nadenken over het verhaal doe ik voortdurend, zowat elk moment van de dag. Echt schrijven gebeurt wanneer de kinderen op school zitten, ’s avonds, in het weekend, zelfs ’s nachts als ik niet kan slapen – naast mijn hoofdkussen ligt een notitieblok en een pen om alle nachtelijke invallen te noteren. In elk geval heb ik rust en stilte nodig, niet enkel om me heen maar ook in mijn hoofd.

Hoe lang werk je aan één boek?

Dat hangt er vanaf. Allereerst is er een verschil tussen het nadenken over een boek en het effectief schrijven ervan. Daar kan een behoorlijk lange tijd tussen zitten.
Aan Een teken van leven heb ik in totaal vier jaar gewerkt – niet elke dag, soms zaten er periodes van zeven maanden tussen, en soms werkte ik er ook maar één uur per dag aan. Dat verhaal is echt laag per laag gegroeid – ik ben een onverbeterlijke herschrijver, ik twijfel veel. De mooiste zomer van mijn leven is dan weer geschreven op vijf maanden tijd, aan het vervolg erop heb ik twee jaar gewerkt.


Hoe begin jij aan een verhaal of boek?

Alles begint met een idee of een vage verhaallijn. Daar blijf ik over nadenken, ik begin informatie bij elkaar te zoeken, het vage idee wordt gaandeweg concreter en krijgt vorm: personages worden geboren, verhaallijnen worden verder uitgewerkt. Als ik dat allemaal in mijn hoofd heb zitten, maak ik een schema, het verhaal van begin tot einde. Voor ik dus echt begin te schrijven, staat het verhaal min of meer vast – min of meer, zeg ik, want dikwijls word ik zelf nog verrast door een plotse wending in het verhaal - iets wat ik zelf niet had voorzien en soms heel ongelegen komt.

Wat vind je nu zelf je mooiste boek?


Het boek dat in mijn hoofd zit, want wat uiteindelijk op papier komt, is toch altijd net iets anders.

Waarom schrijf je verhalen of boeken die gebaseerd zijn op waargebeurde of historische feiten?


Ik heb de werkelijkheid nodig – ik heb gewoonweg niet genoeg fantasie voor fantasy!

Drie van je boeken spelen zich af rond of tijdens de Eerste Wereldoorlog. Waar komt die fascinatie vandaan?


De periode rond 1900, de Belle Epoque, heeft me altijd bijzonder geïnteresseerd: de sociale tegenstellingen, de nieuwe kunststromingen die toen ontstonden, het veranderende mens- en wereldbeeld, die zorgden voor een dynamiek die leidde tot en op een drastische manier tot stilstand kwam met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Nadat ik tussen een stapel oude familiefoto's prentbriefkaarten ontdekte die dateerden uit de Eerste Wereldoorlog en die het verhaal vertelden van mijn overgrootvader, overgrootmoeder en grootvader tijdens de oorlog is mijn interesse voor de Eerste Wereldoorlog alleen maar toegenomen, en dan vooral voor de minder algemeen gekende aspecten van die oorlog: de bezetting.
Misschien mondt het verhaal van mijn overgrootvader ook nog wel eens uit in een boek.​



                                                              Bronnenvermelding: 
http://karendierickx.wix.com/karendierickx#!bio/c1ktj
http://karendierickx.wix.com/karendierickx#!gallery/czpa

 

dinsdag 28 oktober 2014

                                      Interview met mevr. Dierickx

    
1.Wanneer heb je je eerste boek geschreven?
 Mijn eerste boek heb ik geschreven in februari in het jaar 2003 het boek heet 'Als de aarde beeft'.
bron. www.karendierickx.wix.com

2. Waarom schreef je het boek 'wat niemand weet'?
Omdat ik erg geïnteresseerd geraakte in de Groote Oorlog toen ik tussen een stapel oude familiefoto’s prentbriefkaarten ontdekte die dateerden uit de oorlog en die het verhaal vertelden van mijn overgrootouders en grootvader tijdens de oorlog.
bron. http://agenda.hbvl.be/agenda/e/karen-dierickx-black-box-c-mine/b773e9c9-c42f-4f56-ae0b-dba1c747c6bf

3.Met welk boek won je je eerste prijs en welke prijs was dat?
'Naar Europa' was het eerste boek waar mee ik een prijs won en dat was de John Flandersprijs.
bron. http://karendierickx.wix.com/karendierickx#!bio/c1ktj

4.Hoe lang werk je ongeveer aan een boek?
Dat hangt ervanaf.Als eerste is er een verschil tussen het nadenken over een boek en het schrijvcen zelf. Daar kan een behoorlijk lange tijd tussen zitten.
Aan 'een teken van leven' heb ik in totaal vier jaar gewerkt – niet elke dag, soms zaten er periodes van zeven maanden tussen, en soms werkte ik er ook maar één uur per dag aan. Dat verhaal is echt laag per laag gegroeid
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
5. Wat vind je zelf het mooiste aan een boek schrijven?
Er zijn veel mooie aspecten aan schrijven.
Voor het schrijven is dat het puzzelen: het verhaal bedenken, de verhaallijnen uitzetten, informatie bij elkaar zoeken.
Tijdens het schrijven is er niks zo leuk dan als het verhaal zichzelf vertelt.
Na het schrijven is het moment waarop ik voor het eerst het boek in handen houd heel bijzonder.
 
6. Van waar haalt u al die inspiratie om een boek te schrijven?
Op het eerste gezicht gebeurt het toevallig; je hoort iets - het kan van alles zijn: een nieuwsfeit, een historisch feit, een weetje, een roddel - of je ziet iets - een foto, een beeld, een gekkigheid – en op de een of andere manier raakt dat iets je, het blijft aan je kleven, het laat je niet meer los, het dringt zich aan je op, het geeft je het gevoel dat je er iets mee moet doen. In het geval van een schrijver wordt dat een verhaal.
 
7. Welke romans heeft u al geschreven?
Het boek 'wat niemand weet', ' de grote verliezer', 'de mooiste zomer van mijn leven' en 'een teken van leven'.
 
 
 
8. Is een boek schrijven moeilijk?
Als het verhaal zichzelf vertelt, is schrijven zowat het heerlijkste wat je kunt doen. Maar soms is het knap lastig en gaat het moeizaam.
 
9.Wanneer schrijf je het liefst?
Nadenken over het verhaal doe ik voortdurend, zowat elk moment van de dag. Echt schrijven gebeurt wanneer de kinderen op school zitten, ’s avonds, in het weekend, zelfs ’s nachts als ik niet kan slapen.
 
10. Welke boeken vind je zelf wel leuk om te lezen?
Ik heb altijd veel en graag gelezen. Mijn eerste favorieten waren vooral de boeken van Jan Terlouw, Thea Beckman en Tonke Dragt: De zevensprong heb ik letterlijk stuk gelezen.
 
 
                                                                                                                 
 
                                                                                                                    interview gemaakt door Arno en Yeliz